Home / Blog / Wanneer details belangrijker worden dan de basis

header for Wanneer details belangrijker worden dan de basis

Wanneer details belangrijker worden dan de basis

Door Eric Jonk op 24 maart 2026

Een vriend is begonnen met Hyrox-training.

Hij is echt goed bezig. Twee keer per week hardlopen, twee keer per week Hyrox. Gewoon serieus, consequent en met plezier. Toch kwam meteen ook iets anders op gang. Vragen over elektrolyten. Twijfel over wat je precies moet eten voor een training. Bang zijn om verkeerd te eten en dan liever maar niet eten. Strava checken. Kijken wat anderen zien. Al nadenken over de volgende stap, misschien wel een marathon, terwijl de eerste Hyrox of 10 km wedstrijd nog niet eens geweest is.

Toen moest ik ook meteen aan mezelf denken. 

Ik schrijf me in voor een halve triatlon. Neem een coach. Koop een duur horloge. Verdiep me in wattages, hartslag, HRV, rustwaarden en trainingsprincipes. Alle randvoorwaarden perfect geregeld. Alleen lukt het vervolgens soms niet eens om vier of vijf trainingen goed in mijn week te krijgen. Dan ben ik dus een recreant die zich gedraagt alsof hij een topsportproject runt, terwijl de basis nog gewoon bestaat uit proberen om twee keer te zwemmen, twee keer te fietsen en twee keer te lopen.

Dat blijft een pijnlijke inzicht. in de basis is het simpel, maar zijn we best goed om het moeilijk te maken. 

Als je een halve triatlon, een marathon of Hyrox wilt doen, moet je consistent, gevarieerd trainen en rustig opbouwen.. Toch lijken veel recreanten, inclusief ikzelf, al snel weg te schieten in de details. Alsof de randvoorwaarden belangrijker worden dan de praktijk zelf.

Ik denk dat daar iets interessants gebeurt.

Zodra iets belangrijk voor ons wordt, lijkt de eenvoud moeilijker te verdragen. Dan wordt het ineens spannend om het simpel te houden. Alsof simpel niet meer genoeg is. Alsof je, wanneer iets ertoe doet, extra bewijs nodig hebt dat je het serieus aanpakt. Kennis helpt dan niet alleen om beter te worden, maar ook om je onzekerheid te sussen. Het schema geeft houvast. Het horloge geeft bevestiging. De data geven het gevoel dat je grip hebt. Je kunt altijd nog iets meten, aanscherpen of verklaren.

Dat voelt verstandig, maar soms is het ook een vorm van uitwijken.

Want onder al die details zit vaak iets anders. Angst om het niet goed te doen. Angst om niet goed genoeg te zijn. De neiging om de verantwoordelijkheid ergens buiten jezelf te leggen. Als het schema goed is, komt het vast goed. Als de voeding klopt, de zones goed staan ingesteld en het plan degelijk is, dan hoef je minder te voelen hoe kwetsbaar het eigenlijk is om ergens echt voor te gaan.

Dat herken ik bij mezelf. Ik weet veel van sport en trainingsleer. Uit mijn topsportverleden, van trainers, van alles wat ik heb gelezen. Alleen merk ik nu, zonder vaste trainer, dat ik bijna geen schema meer durf te maken. Dan hang ik weer aan een trainer, of aan ChatGPT, of aan de geruststelling van iemand anders die zegt dat het klopt. Niet omdat ik het echt niet weet, maar omdat ik het lastig vind om mijn eigen gezonde verstand nog voldoende te vertrouwen.

Dat is misschien wel de kern van wat me bezighoudt. Niet dat we te weinig weten, maar dat we steeds minder durven vertrouwen op wat we al weten.

Social media helpt daar niet bij. Je ziet voortdurend voorbeeldfiguren, schema’s, tijden, routines, ochtendrituelen, perfecte voorbereiding, perfecte voeding, perfecte discipline. Er ontstaat langzaam een beeld van: zo hoort het. Je hoeft daar niet eens bewust in te geloven, het nestelt zich toch ergens in je hoofd. Daardoor raak je makkelijker uit contact met hoe het voor jou voelt. Je rustige duurloop wordt te hard, omdat langzaam te weinig voelt. Je training wordt iets om te laten zien, in plaats van iets om op af te stemmen. Je doet het niet meer alleen voor jezelf, maar ook voor een denkbeeldig publiek.

Dat publiek is soms best druk.

Je trainer. Je horloge. Strava. Andere sporters. Een ideaalbeeld van wie je zou moeten zijn.

Intussen wordt luisteren naar je lichaam juist stiller. Dat geeft minder dopamine. Het is ook minder spectaculair. Rustig opbouwen is saai. Een maand lang ongeveer hetzelfde ritme houden is saai. Een duurloop echt rustig lopen is saai. Gewoon trainen, herstellen, eten, slapen en opnieuw beginnen heeft weinig heroïschs. Er zit weinig verhaal in. Toch zit daar meestal wel de meeste vooruitgang.

Misschien is dat ook waarom recreanten soms verkrampter sporten dan toppers. Een van mijn coaches zei ooit iets dat me altijd is bijgebleven. Echte toppers luisteren vaak veel beter naar hun lichaam. Die nemen hun schema niet heilig. Die kunnen relativeren. Ik moest ook denken aan een boek over Ethiopische lopers, die trainen zonder horloge. Dat beeld vind ik mooi. Niet omdat technologie onzin is, maar omdat het laat zien dat prestatie niet automatisch begint bij meer controle. Soms begint het juist bij eenvoud, ritme en vertrouwen.

Dat betekent niet dat randvoorwaarden onbelangrijk zijn. Ritme is belangrijk. Structuur is belangrijk. Je kunt ook niet elke dag alles opnieuw uitvinden. Dat is doodvermoeiend. De vraag is alleen wanneer structuur ondersteunend blijft, en wanneer die het contact gaat vervangen.

Volgens mij gebeurt dat sneller dan we denken.

Je begint met sporten omdat het je voedt, omdat je ergens naartoe wilt werken of omdat je simpelweg graag beweegt. Onderweg verschuift er iets. Langzaam gaat het meer draaien om wat je laat zien. Om de tijd die je wilt halen. Om wat anderen vinden. Om de vraag of je het wel serieus genoeg doet. De activiteit blijft dezelfde, maar vanbinnen verandert de bedoeling. Het lopen is nog steeds lopen, alleen voelt het niet meer als van jou.

Ik denk dat we in organisaties iets vergelijkbaars doen.

Daar zie ik ook vaak hoe de buitenkant langzaam belangrijker wordt dan de basis. We maken formats, dashboards, competentieprofielen, meetinstrumenten, overleggen, projectstructuren en ontwikkelplannen. Veel daarvan is zinvol. Alleen, ook hier kan iets kantelen. Dan raken mensen zo bezig met de randvoorwaarden van goed werken, dat het gewone werk zelf uit beeld verdwijnt.

Terwijl de basis van goed werken vaak helemaal niet zo ingewikkeld is.

Op tijd komen. Doen wat je afspreekt. Luisteren. Aanspreekbaar zijn. Je verantwoordelijkheid nemen. Een gesprek voeren als iets schuurt. Je werk zorgvuldig doen. Je niet verliezen in bijzaken. Dat zijn geen spectaculaire inzichten. Je scoort er op LinkedIn niet direct punten mee. Toch bepalen juist die basale dingen meestal of samenwerken prettig en effectief is.

In organisaties geldt net als in sport dat juist die eenvoud soms moeilijk te verdragen is. Eenvoud voelt kaal. Het is minder zichtbaar. Minder vernieuwend ook. Minder slim. Het geeft niet het gevoel van grip dat een systeem, model of interventie wel geeft. Dus bouwen we makkelijk iets om het werk heen. Nog een overleg. Nog een tool. Nog een trainingsdag. Nog een plan. Terwijl het werk zelf soms vooral vraagt om rust, helderheid en een beetje volwassen discipline.

Misschien zit daar wel de parallel die me raakte toen ik erover nadacht.

Zowel in sport als in organisaties zijn we niet per se slecht geworden in kennis. We zijn eerder kwetsbaar geworden voor het verliezen van contact. Contact met ons lijf. Contact met ons tempo. Contact met waarom we iets doen. Contact met de simpele vraag: wat is hier nu eigenlijk echt nodig?

Zodra dat contact minder wordt, neemt de buitenkant het makkelijker over. Dan voelt de randvoorwaarde veiliger dan de ervaring zelf. Dan wordt optimaliseren aantrekkelijker dan afstemmen. Dan gaan we iets bewijzen wat ooit gewoon van ons was.

Ik merk bij mezelf dat ik daar juist van weg wil bewegen. Niet terug naar naïviteit. Niet anti-schema, anti-data of anti-kennis. Ook niet romantisch doen alsof je alles puur op gevoel moet doen. Daar geloof ik niet in. Ik geloof wel dat kennis dienend moet blijven. Dat structuur mag helpen, maar het niet mag overnemen. Dat data iets kunnen verhelderen, maar niet harder mogen praten dan je lichaam. Dat ambitie mooi is, zolang ze niet direct het stuur overneemt.

Misschien is dat de beweging waar ik zelf meer naar zoek. Minder van project naar prestatiebeeld. Meer van project naar praktijk. Gewoon weer trainen. Gewoon weer kijken wat in een week past. Gewoon weer op een rustige manier serieus zijn.

Dat klinkt bijna te simpel.

Misschien is dat precies het punt.