Home / Blog / Waar leiderschap begint 

header for Waar leiderschap begint 

Waar leiderschap begint 

Door Eric Jonk op 7 april 2026

Wanneer voelde jij je voor het eerst leider, zonder dat je die titel had? 

Niet toen het formeel werd. Niet toen het ergens werd vastgelegd. Maar eerder, op een moment dat anderen zich tot jou gingen verhouden en jij merkte dat er iets van je werd verwacht, zonder dat iemand het zo benoemde. 

Voor mij was dat op een donderdagmiddag tijdens CKV op de middelbare school. 

We moesten met een groep een excursie organiseren. Drie groepjes van acht. We zaten bij elkaar en spraken over wie wat zou doen. Op een gegeven moment zei iemand, vrij terloops: “Wil jij de manager zijn?” Ik weet nog dat ik even dacht: oké. Niet omdat ik wist wat dat precies betekende, maar omdat het voor mij blijkbaar logisch voelde om die plek in te nemen. Er was geen spanning, geen bewijsdrang, geen gevoel dat ik iets moest laten zien. 

Wat me toen meteen opviel, was waar mijn aandacht naartoe ging. Niet naar wat ík zou gaan doen, maar naar hoe we het samenwerken zo konden inrichten dat het voor iedereen werkte. Ik begon te kijken wie waar goed in was, wie wat leuk vond en wie liever uitvoerde of juist meedacht. Ik merkte dat ik plezier had in dat puzzelen, in het zoeken naar een indeling die klopte. Niet efficiënt op papier, maar werkbaar in de praktijk. 

Later die middag zaten we in de computerzaal. Iedereen achter een scherm, bezig met zijn eigen onderdeel. Ik liep rond, keek, schakelde. Dat beeld staat me nog helder voor ogen. Ik was niet bezig met één taak, maar met het geheel. Er kwamen vragen, soms tegelijk. Het tempo lag hoog en het werd af en toe wat onrustig. Ik merkte dat ik daar rustig in bleef. Niet omdat ik alles onder controle had, maar omdat ik voelde waar mijn plek lag. 

Wat ik toen al geloofde, zonder het zo te kunnen benoemen, was dat mijn belangrijkste taak lag in het mogelijk maken van het werk van de anderen. Ik hield het overzicht, bewaakte de tijd en de rust, en nam de afstemming met de leraar op me. Dat voelde niet als sturen of controleren, maar als verantwoordelijkheid nemen voor het proces. Alsof ik tijdelijk iets droeg, zodat anderen zich konden richten op wat zij te doen hadden. 

Het vertrouwen dat ik kreeg, nam ik serieus. Niet als iets vanzelfsprekends, maar als iets wat zorgvuldig behandeld moest worden. 

Achteraf gezien was dit waarschijnlijk mijn eerste echte ervaring met leidinggeven. Niet omdat ik beslissingen nam of de richting bepaalde, maar omdat ik me beschikbaar maakte voor wat er tussen mensen gebeurde. Ik was niet het middelpunt, ik was eerder de beweging eromheen. Dat gaf me energie. Ik vond het prettig om die rol te hebben, zonder dat ik hem hoefde te claimen. 

Ik hoefde er niets voor te leren. Ik deed het gewoon zo. 

Als ik nog verder terugga, zie ik dat dit niet op zichzelf stond. In de kleuterklas en in groep drie gebeurde iets vergelijkbaars. In de pauze kwamen kinderen om me heen staan en verzon ik spellen en verhalen die we samen konden doen. Ik organiseerde het spel, de regels ontstonden onderweg en anderen sloten zich aan. Ook daar ging het niet over bovenaan staan, maar over samen iets laten ontstaan en het spel gaande houden. 

Pas veel later begreep ik dat hier al overtuigingen onder lagen. Toen was het gewoon vanzelfsprekend gedrag. Leiderschap was voor mij blijkbaar verbonden met overzicht houden, met ruimte maken voor anderen en met het creëren van condities waarin iets kan gebeuren. Dat beeld was er al, voordat ik wist dat het een beeld was. 

Later kwamen daar andere leiders bij. Ouders, leraren, trainers, leidinggevenden. Mensen die indruk maakten omdat ze ruimte gaven, en mensen die juist lieten zien hoe ik het zelf niet wilde doen. Sommigen boden veiligheid, anderen riepen weerstand op. Zonder dat ik het doorhad, vormden zij mee mijn ideeën over wat leiderschap voor mij betekende. 

Daaronder zat steeds een innerlijk kompas. Een idee van wat ik van binnen goed leiderschap vond, ook als ik het niet hardop zei. Leiderschap dat niet draait om macht, maar om aanwezigheid. Dat verantwoordelijkheid neemt zonder alles over te nemen. Dat rust brengt zonder de beweging eruit te halen. Dat niet versnelt om het versnellen, maar afstemt op wat er nodig is. 

Dat innerlijke beeld werkt door. In hoe ik naar mezelf kijk als leider. In hoe mild of kritisch ik ben als het spannend wordt. En ook in hoe ik naar andere leiders kijk. Wie mij raakt, wie mij irriteert en bij wie ik vertrouwen voel. Vaak zegt dat meer over mijn eigen overtuigingen dan over de ander. 

Dit artikel gaat daarover. Over het besef dat je manier van leidinggeven ergens vandaan komt. Dat je niet zomaar zo bent. Dat er vroege momenten zijn waarin je al deed wat je later bent gaan verfijnen, soms zonder het te weten. 

Misschien herken je dat bij jezelf. Misschien was er ook bij jou zo’n moment, lang voordat iemand het officieel zo noemde. Een situatie waarin je merkte dat anderen zich tot jou verhielden, en jij, zonder handleiding, al een keuze maakte over hoe je dat wilde doen. 

Sta daar eens bij stil. 

Wat zegt dat over hoe jij vandaag leidinggeeft?