Home / Blog / Overdracht en tegenoverdracht: wat er op je wordt gelegd en wat je zelf overneemt  

header for Overdracht en tegenoverdracht: wat er op je wordt gelegd en wat je zelf overneemt  

Overdracht en tegenoverdracht: wat er op je wordt gelegd en wat je zelf overneemt  

Door Samen Academie op 31 maart 2026

Leidinggevenden merken het vaak niet meteen aan de ander, maar aan zichzelf. Een reactie voelt sterker dan het moment rechtvaardigt. Irritatie blijft langer hangen. Of er ontstaat een neiging om te zorgen, te corrigeren of juist afstand te nemen, zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor lijkt te zijn. 

Het gesprek lijkt klein, de innerlijke reactie groot. 

In veel organisaties wordt dit snel verklaard vanuit werkdruk, persoonlijkheid of leiderschapsstijl. Daarmee wordt iets essentieels over het hoofd gezien. Niet alles wat zich in het contact afspeelt, komt voort uit het hier-en-nu. In leiderschapsrelaties wordt vaak meer geactiveerd dan zichtbaar is. 

Overdracht en tegenoverdracht als relationeel fenomeen 

Binnen de Transactionele Analyse en verwante relationele benaderingen wordt gesproken over overdracht en tegenoverdracht. Begrippen die hun oorsprong hebben in de psychotherapie, maar die ook buiten die context relevant zijn, juist daar waar mensen werken in rollen met autoriteit en verantwoordelijkheid. 

Overdracht verwijst naar de manier waarop eerdere ervaringen, verwachtingen en relationele patronen onbewust worden meegenomen in het contact met een ander. De ander wordt dan niet alleen waargenomen als zichzelf, maar ook beleefd vanuit eerdere relaties. Een leidinggevende kan zo worden gezien als beoordelaar, redder, ouderfiguur of tegenstander, zonder dat dit expliciet wordt uitgesproken. 

Tegenoverdracht verwijst naar wat dit bij de ander oproept. Niet alleen in gevoel, maar ook in houding en gedrag. De neiging om te gaan zorgen, te begrenzen, te vermijden of juist te overcompenseren. 

Erskine benadrukt dat tegenoverdracht niet alleen een persoonlijke reactie is, maar een relationeel antwoord. Het ontstaat in het contact en zegt iets over wat er tussen mensen gebeurt. Daarmee is tegenoverdracht geen verstoring van professioneel handelen, maar een mogelijke bron van informatie. 

Verwachtingen richting leiders 

Leiderschap is bij uitstek een positie waarop overdracht plaatsvindt. Niet omdat leidinggevenden dit oproepen, maar omdat de rol zelf gevoelig is voor projecties. Leidinggevenden vertegenwoordigen richting, autoriteit en besluitvorming. Daarmee raken zij aan eerdere ervaringen met macht, afhankelijkheid en veiligheid. 

Medewerkers richten verwachtingen op leiders die vaak verder gaan dan de feitelijke rol. Er wordt bescherming verwacht, duidelijkheid, bevestiging of begrenzing. Soms allemaal tegelijk. 

Shapiro laat in zijn werk over group relations zien hoe groepen en individuen leiders beladen met verwachtingen die weinig zeggen over de persoon zelf, maar veel over wat de groep nodig heeft om spanning te reguleren. De leider wordt dan drager van gevoelens of conflicten die binnen de groep geen duidelijke plek hebben gekregen. 

Wanneer je reactie meer zegt dan het moment zelf 

Veel leidinggevenden herkennen dat bepaalde situaties hen disproportioneel raken. Een kritische vraag voelt als ondermijning. Een afhankelijke houding roept irritatie op. Of er ontstaat juist een sterke behoefte om problemen over te nemen. 

Tudor beschrijft hoe relationele patronen zich niet alleen in de ander afspelen, maar ook in de professional zelf. Tegenoverdracht maakt zichtbaar waar iemand gevoelig is voor het innemen van bekende posities. Niet als persoonlijk tekort, maar als logisch gevolg van relationele geschiedenis en context. 

Het wordt problematisch wanneer deze reacties onbewust blijven en direct worden omgezet in handelen. Dan stuurt niet de situatie, maar het patroon. 

Overdracht als informatie, niet als probleem 

Wat deze benadering vraagt, is een verschuiving in perspectief. Niet de vraag wat er misgaat, maar wat hier zichtbaar wordt. Overdracht en tegenoverdracht laten zien waar spanning, verwachting of onuitgesproken afhankelijkheid aanwezig is. 

Shapiro en Carr benadrukken dat juist momenten van verwarring, irritatie of intensiteit waardevolle informatie bevatten. Ze wijzen op projecties die elders geen plek krijgen en daarom landen bij degene die de positie inneemt. 

Voor leiders betekent dit dat innerlijke reacties niet zozeer moeten worden weggewerkt of gereguleerd, maar onderzocht. Niet om ze te analyseren tot ze verdwijnen, maar om te begrijpen wat er in het relationele veld gebeurt. 

Wat dit vraagt van leiderschap 

Werken met overdracht en tegenoverdracht vraagt geen afstandelijkheid, maar reflectieve nabijheid. Het vermogen om betrokken te blijven en tegelijk niet samen te vallen met wat op je wordt geprojecteerd. 

Dat vraagt soms vertraging voordat je handelt. Soms het verdragen van ongemak zonder het direct op te lossen. En soms het expliciet maken van wat niet van jou is. 

Erskine spreekt hier over contactvol aanwezig zijn met behoud van eigen positie. De leider neemt de relatie serieus, zonder verantwoordelijkheid over te nemen die niet van hem of haar is. 

Tot slot 

Overdracht en tegenoverdracht maken zichtbaar dat leiderschap niet alleen een functionele rol is, maar ook een relationele positie. Wie bereid is dat onder ogen te zien, krijgt meer zicht op wat er werkelijk speelt, zonder het persoonlijk te hoeven maken. 

Niet alles wat je voelt, is van jou. 
Maar alles wat je voelt, zegt iets over de relatie waarin je staat. 

De kunst is niet om dat te vermijden, maar om het te leren lezen. 

Bronnen:
Erskine, R. G. (1997). Theories and methods of an integrative transactional analysis. Transactional Analysis Journal, 27(1), 7–26. 
Shapiro, E. R., & Carr, A. W. (2012). An introduction to Tavistock-style group relations conference learning. Organisational & Social Dynamics, 12(1), 71–95. 
Sills, C. (2006). Contracts in transactional analysis. In C. Sills, H. Fish, & P. Lapworth (Eds.), Transactional analysis today (pp. 160–175). London: Routledge. 
Sullivan, H. S. (1953). The interpersonal theory of psychiatry. New York: Norton. 
Tudor, K. (2010). Relational transactional analysis. London: Routledge.